‘Paranoid’ (1970), de tweede langspeler van Black Sabbath, is een klassieker van formaat. De plaat heeft de klank van de rockmuziek ingrijpend veranderd, en vooral – meer dan welk ander album ook – de sound en de stijl van heavy metal bepaald.
Het is zonder twijfel de beste plaat van Black Sabbath en een van de meest invloedrijke in de geschiedenis van de heavy metal. De chemie tussen de vier Britse muzikanten maakte van Black Sabbath een band van wereldformaat.
De documentaire vertelt het verhaal achter ‘Paranoid’, aan de hand van exclusieve interviews, muzikale demo’s, analyse van de mastertapes en archiefbeelden. Daaruit blijkt hoe Ozzy Osbourne, Tony Iommi, Geezer Butler en Bill Ward hun donkere, zware en vooral superluide sound creëerden. Naast het titelnummer ‘Paranoid’ komen onder meer ook andere klassiekers als ‘Iron Man’, ‘Hand of Doom’ en ‘War Pigs’ aan bod.
Metallica (1991) was het vijfde studio-album van de gelijknamige Californische heavymetalband. De plaat luidde een keerpunt in hun carrière in en werd een van de meest succesvolle metalalbums aller tijden. De plaat won een Grammy Award en er werden 20 miljoen exemplaren van verkocht.
Voor de productie van het album werkte Metallica samen met de Canadese producer Bob Rock; het was de eerste keer dat ze een nieuwe creatieve kracht toelieten in hun hechte groep. En het klikte meteen. Op de nieuwe plaat liet Metallica voor het eerst een wat andere sound horen: minder trash metal en meer commerciële heavy metal.
Deze documentaire vertelt hoe dat zo gekomen is. Producer Bob Rock, drummer Lars Ulrich, gitarist-zanger James Hetfield, lead-gitarist Kirk Hammet en bassist Jason Newsted begeleiden ons door de ‘making of’ van nummers als Enter Sandman, Sad But True, The Unforgiven, Wherever I May Roam en Nothing Else Matters.
Hammet en Newsted demonstreren hoe een aantal van de gitaarstukken tot stand kwamen en de band speelt een paar nieuwe versies van de songs. Rolling Stone-journalist David Fricke legt uit waarom Metallica een echte mijlplaat van de heavy metal is geworden en dat alles wordt zoals steeds geïllustreerd met beelden van concerten en home video’s.
In 1980 bracht de Britse band Motörhead zijn vierde album uit: ‘Ace of Spades’ was luid, snel en geweldig heavy. De elpee katapulteerde Motörhead naar de elite van de heavy metal en is 31 jaar later nog altijd een mijlplaat van het genre. Motörhead was vijf jaar eerder opgericht door Ian Fraser ‘Lemmy’ Kilmister (daarvoor bassist bij Hawkwind) temidden van de New Wave van de Britse Heavy Metal. Vooral in de beginjaren kende de groep heel wat ‘personeelswissels’.
In de documentaire praten Lemmy, ‘Fast’ Eddy Clarke en Philip ‘Philthy Animal’ Taylor honderduit over het scheppingsproces van de diverse nummers op de plaat en over de sfeer in de groep en zijn entourage in die tijd. Fast Eddy demonstreert hoe de riff van ‘Ace of Spades’ tot stand kwam. Met een technologisch zetje zien we het trio nog eens samen op één podium. Verder zijn er ook interviews met onder meer Slash (Guns & Roses, Velvet Revolver), Lars Ulrich (Metallica), Dave Brock (Hawkwind). En natuurlijk veel muziek: Ace of Spades, Love Me Like A Reptile, Shoot You In The Back, Live To Win, Fast And Loose, (We Are) The Road Crew, Jailbait, Dance, Bite The Bullet, enz.
‘The Band’ (1969) is de tweede en meest succesvolle plaat van de gelijknamige ‘band’. Een aantal muzikanten van de groep speelde al samen van in de late jaren ’50 in begeleidingsgroepen van andere artiesten. Ze werden vooral bekend als de ‘band’ van Bob Dylan bij diens concerttournees in 1965 en 1966. The Band werd ook de officiële groepsnaam waaronder ze in 1968 een platencontract tekenden bij Capitol Records. Ze maakten in hun oorspronkelijke bezetting zeven studioalbums.
De tweede plaat, eenvoudigweg ‘The Band’ genoemd, was de meest succesvolle en wordt algemeen beschouwd als een echte klassieker. Er werden een miljoen exemplaren van verkocht en ze bereikte de negende plaats op de Billboard-lijst. Die werd toen beheerst door ‘psychedelische’ rock, maar The Band koos resoluut voor klassieke rockmuziek., met invloeden van country, bluegrass, rockabilly, R&B en folk.
De documentaire bevat ‘vintage’-archiefbeelden van concerten en repetities en interviews met gitarist en leadzanger Robbie Robertson, drummer Levon Helm, keyboardspeler Garth Hudson en de ondertussen overleden bassist Rick Danko. Er zijn ook getuigenissen van George Harrison (+), Eric Clapton (die ooit op het punt stond zich aan te sluiten bij The Band) en producer Don Was. Songs die aan bod komen, zijn onder meer ‘The Weight’, ‘Rockin’ Chair’, ‘I Shall be Released’, ‘The Unfaithful Servant’ en ‘King Harvest (has Surely Come)’.
‘Aja’ (1977) is het gesofisticeerde, elegante meesterwerk van Steely Dan, het tweemansproject van Walter Becker en Donald Fagen. Het album werd vanaf de release bejubeld als de perfecte fusion van jazz, R&B, rock en pop. Het duo had al vijf vrij succesvolle platen gemaakt, maar ‘Aja’ werd hun grootste succes. Becker en Fagan, bekend voor hun verregaande perfectionisme, vertellen in deze aflevering van ‘Classic Albums’ hoe de plaat tot stand is gekomen. Hun reputatie getrouw hebben ze er meer dan een jaar aan gewerkt. Maar het resultaat mocht er zijn. De lp bereikte de derde plaats in de Billboards en bleef een jaar lang in de top 40 staan. Ze werd bekroond met een Grammy Award en leverde Steely Dan drie hits op: ‘Deacon Blues’, ‘Peg’ en ‘Home at Last’.
In 1991 verdrong de Amerikaanse grunge band Nirvana met zijn album ‘Nevermind’ Michael Jackson van de eerste plaats in de Amerikaanse album Billboard Chart. Zo slaagde de band erin wat de punk rock 15 jaar eerder niet hand gekund. ‘Nevermind’ en de songs van Kurt Cobain vernieuwden de muziekbusiness van binnenin, zonder compromissen, opgeklopte hypes van platenmaatschappijen of media overkill.
Deze documentaire vertelt hoe de plaat tot stand is gekomen, welke invloed ze heeft gehad op de band zelf en op de muziekindustrie, en waarom ze tot op vandaag een mijlpaal in de rockgeschiedenis blijft. Aan de hand van exclusieve interviews met de mensen die er vanaf het begin bij betrokken waren, volgen we de geschiedenis van Nirvana, van hun eerste contract bij het onbekende en onafhankelijke label Sub Pop en hun eerste album ‘Bleach’, dat de aandacht van de grotere maatschappijen trok. Met de overstap naar Geffen Records en de release van ‘Nevermind’ en de single ‘Smells like Teen Spirit’ veroverde de band de wereld en de muziekscene.
Bassist Krist Novoselic, drummer Dave Grohl en producer Butch Vig halen herinneringen op aan de opnames, analyseren de songs en de afzonderlijke tracks en wijzen nog maar eens op het enorme songwriter’s talent van Kurt Cobain.
Nirvana: Live at Reading
Concert van de Amerikaanse grungeband, opgenomen op het Reading Festival (UK) in 1992. Nadat de opnames jarenlang als bootleg circuleerden, werd er in 2009 toch een officiële versie van gemaakt.
Het concert wordt algemeen beschouwd als een van de betere optredens van het Amerikaanse drietal. De setlist lijkt wel een Greatest Hits. Zo speelt de band bijna alle nummers van hun topalbum ‘Nevermind’, net als de “hits” van ‘Bleach’ en ook een aantal liedjes van ‘In Utero’. Tijdens het concert blijkt ook weer de geweldige energie en dynamiek die de drie mannen uit Seattle in hun liveshows wisten te stoppen.
De volledieg playlist: ‘Breed’, ‘Drain You’, ‘Aneurysm’, ‘School’, ‘Sliver’, ‘In Bloom’, ‘Come as You Are’, ‘Lithium’, ‘About a Girl’, ‘Tourette’s, Polly’, ‘Lounge Act’, ‘Smells Like Teen Spirit’, ‘On a Plain’, ‘Negative Creep’, ‘Been a Son’, ‘All Apologies’, ‘Blew Dumb’, ‘Stay Away’, ‘Spank Thru’, ‘The Money Will Roll Right In’, ‘D-7′ en ‘Territorial Pissings’.
The Grateful Dead kwam tot leven in San Francisco in het midden van de jaren ’60. Met hun psychedelische fantasie en hun massale aanhang van zogenaamde Dead Heads stonden ze in de frontlinie van de rebelse tegencultuur die het burgerlijke Amerika resoluut de rug toekeerde.
The Grateful Dead, of gewoon The Dead voor de vrienden, vormde een amalgaam van talent, van de folk-roots van gitarist Jerry Garcia en de blues van organist Ron McKernan, over de vernieuwende baslijnen van Phil Lesh tot de inventieve percussie van Mickey Hart en Bill Kreutzmann. Hun vroege experimentele album ‘Anthem of the Sun’ (1968) was een bron van onbegrip en frustratie voor hun platenmaatschappij, maar samen met het persoonlijke leven van de bandleden evolueerde ook hun muziek, en in 1970 maakten ze ‘American Beauty’, een akoestische plaat met fantastische folk-melodieën.
Of zoals Mickey Hart het zegt: “We hadden ons ruimtepak uitgetrokken en stonden weer met beide voeten stevig op de grond”. De documentaire toont hoe The Dead evolueerde van Anthem naar Beauty en onderzoekt hoe die twee zo verschillende platen tot stand kwamen. De film bevat ook unieke archiefbeelden van The Dead, tijdens optredens en televisieopnamen en op home-video’s.
‘A Night at the Opera’ (1975) met het legendarische ‘Bohemian Rhapsody’ was de vierde LP van Queen en de plaat werd al heel snel als een klassieker beschouwd. Het was een briljante mix van hard rock, pop, opera, music hall camp en traditionele folk, op een geniale manier geproduceerd met diverse gitaarlagen, beklijvende riffs, wonderlijke vocale harmonieën, stukjes piano, ukulele en harp, en vooral: geen synthesizers. ‘A Night at the Opera’ was voor vele popliefhebbers muzikaal manna uit de hemel in de ‘woestijn’ van afgeborstelde rock in het midden van de jaren ’70. Deze aflevering van ‘Classic Albums’ vertelt het verhaal achter de ontwikkeling en de opname van het album, dat de carrière en de populariteit van Queen een ongekende boost gaf. Interviews, demo’s, akoestische sets, analyse van de originele multitracks en archiefbeelden van wijlen Freddie Mercury tonen hoe de songs en de sound tot stand kwamen. De opname van het nummer ‘Bohemian Rhapsody’ alleen al nam drie weken in beslag, normaal de gemiddelde opnameduur van een volledige LP in die tijd. Maar ook alle andere nummers op de plaat komen aan bod, onder meer de tweede hitsingle ‘You’re my Best Friend’, ‘Death on Two Legs’, ‘Lazing on a Sunday Aftrenoon’ en ‘Love of My Life’. Aan het woord komen onder meer gitarist Brian May en drummer Roger Taylor, en producer Roy Thomas Baker.
Deze aflevering vertelt het verhaal van Machine Head, het album dat Deep Purple in 1972 wereldwijd succes bezorgde en de band transformeerde tot een icoon van de seventies hard rock. En dat hadden ze vooral te danken aan dat ene legendarische nummer: Smoke on the Water. lees meer »
Cream wordt algemeen beschouwd als de eerste ‘super group’ van de popmuziek, met topmuzikanten die hun sporen al verdiend hadden in andere bands en projecten. Met gitarist Eric Clapton, zanger en bassist Jack Bruce en drummer Ginger Baker vormde Cream een voorbeeld voor vele andere rockgroepen in de jaren ’70, van Led Zeppelin en Deep Purple tot Grateful Dead en Black Sabbath. Tot de dag van vandaag blijft de muziek van de band een grote inspiratiebron voor andere muzikanten. lees meer »